Het terrein van Yves


Op 19 april 2010 hebben we Taule gekocht. Afspraak was dat we het terrein achter de tuin, ongeveer 3000 m2 wildernis, ook zouden kopen. We hadden een overeenkomst met de eigenaar Yves. We betaalden op die dag alles ineens, Taule en het terrein. De aankoop van het terrein zou 'later' plaatsvinden.
Daarna hebben we jarenlang gebeld, gesmeekt, gedreigd en een advocaat in de arm genomen. Niets hielp. Eerst bleek dat het land precies in kaart gebracht moest worden. Dat hebben we geregeld en betaald. Een géomètre kwam en plaatste oranje paaltjes. Daarna bleek dat de Safer, een boerenorganisatie die streeft naar het behoud van landbouwgrond, er iets over mocht zeggen. Dat werd geregeld, de Safer gaf toestemming. Uiteindelijk bleek dat er teveel hypotheek op de grond van Yves ligt, waardoor hij niets kon verkopen. Iedereen wist dat Yves compleet failliet was, de notaris, de klerk van de notaris, de hele buurt inclusief Regis en heel Courrensan, maar wij wisten het pas in 2013.

Het zwarte blokje is ons huis, geel gemarkeerd is het terrein:

In 2014 hebben we het terrein in gebruik genomen. De enorme braamstruiken werden geveld en Roelof begon het terrein te maaien. In 2015 hebben we de vijver, de boomgaard. de groentetuin en het boske aangelegd.

In maart 2016 belde Yves op een zaterdagavond dat de koop van het terrein nu kon doorgaan. Ik dacht dat hij dronken was, maar het bleek te kloppen. En dus kwamen we weer bij de notaris terecht, dezelfde notaris die we honderden keren gebeld hebben. Ik hoop haar hierna nooit meer te zien.
Het was Roelofs verjaardag. Hij kreeg een cadeautje van in totaal ongeveer 7000 euro. Omdat het al betaald was, leek het echt wel een cadeau.


Het ging allemaal heel vriendschappelijk. Tot onze verbazing schijnt Yves ineens alle hypotheken afgelost te hebben. We denken dat hij de bankrekening van een oude tante (die niet toevallig enkele dagen eerder overleed) heeft geplunderd. Of dat hij de tirelire heeft gewonnen. Of dat de bruidsschat voor zijn Kameroense vrouw betaald is. Of dat hij zijn gehele bezit aan de Chinezen verkocht heeft.

De verkoop werd geregeld door een enorme stapel papier die we niet van tevoren hadden kunnen lezen. Een groot deel betrof de mededelingen dat de hypotheken waren opgeheven. We hebben een vaag idee wat we getekend hebben.



Vervolgens kregen  we een 'attestation' van anderhalve pagina, dat de verkoop vast legt. Met daarin de zin dat wij vanaf deze dag het terrein bezitten, dat we het echt als enige vrij van huur kunnen gaan gebruiken. Wat we dus al jaren deden.

Het venijn zit altijd in de staart. De inschrijving van deze akte in alle Franse registers gaat ongeveer anderhalf jaar duren. Waarbij Roelof meteen verzuchtte: dan hebben er dus in totaal acht jaar over gedaan.

Maar het was toch wel een leuke verjaardag.

Koolzaad van veraf en van dichtbij

Het koolzaad bloeit. Van dichtbij is het niet zo'n geweldige plant die ook nog eens erg stinkt naar kool. Maar van veraf, tussen de heuvels, is het spectaculair. Mooier dan zonnebloemvelden. Ik probeer dat in foto's te vangen.

Koolzaad met de besneeuwde Pyreneeën op de achtergrond (klik op de foto voor een vergroting, net boven het koolzaadveld zie je de hoogste berg, de Pic du Midi):


Koolzaad met Taulet linksboven (iets links daaronder wonen wij, er is een klein stukje huis en een stukje schuur zichtbaar):


Koolzaad met de watertoren van Lagraulet op de achtergrond:


Koolzaad bij onze vijver. Gewoon 'onkruid':


Van het zaad wordt olie geperst. Een hectare levert ongeveer 1500 liter olie op. Tenminste als ik  buurman Regis goed citeer. 

Het verhaal van het poezenalfabet

Dit verhaal heb ik al vaak verteld, maar nu is het echt af. Dus kan ik het wel op de blog zetten.

Lang, heel lang geleden, borduurde ik een poezenalfabet. Toen het doek af was, heb ik het ingelijst, het was dus een soort schilderij. Ik houd van borduren, maar niet zo erg van de resultaten, dus ik gaf het aan Roelof. Die heeft het uiteindelijk opgehangen in de gang van ons huis in Oudenbosch. Naast de voordeur.

Toen we het huis wilden verkopen, was er een Open Dag. Ik speelde zelf voor makelaar. Op zo'n dag belde er, ver voor de officiële aanvangstijd, een man aan de deur. Ik zag hem en schatte in dat hij de weg kwam vragen. Hij zag er bepaaald niet uit als iemand die een huis van zeseneenhalve ton ging kopen.

Maar ik vergiste me, hij kwam echt voor het huis. Hij heette Arjan en had zijn zus meegeneomen. Eenmaal binnen zei zij meteen dat ze het poezenschilderij prachtig vond. Ik zei dat ze dan maar eens het hele huis moesten bekijken, want ik had nog veel meer geborduurde schilderijen.

Ze bekeken het huis, maar ze kwamen eigenlijk voor de tuin. Daar brachten ze uren in door, terwijl ik andere, naar mijn gevoel serieuzere kandidaten het huis liet zien. Die vonden allemaal de tuin te groot. Teveel werk.

Arjan en zijn zus kwamen nog even binnen koffie drinken, het werd heel gezellig. Toen ze eindelijk weggingen, door de voordeur, vertelde de zus nog eens dat ze het poezenalfabet zo mooi vond. In een opwelling zei ik: "Als jij zorgt dat je broer dit huis koopt, dan krijg jij van mij dit schilderij." Dat vond ze heel leuk, ze zou het doen.

Arjan bleek miljonair. Hij kocht uiteindelijk het huis, niet voor de vraagprijs maar wel bijna. Ik weet niet hoeveel aandeel de zus in de aankoop had, maar ik vond dat ik mijn belofte in stand moest houden.

Daar was Roelof een beetje boos over. Het was toch zijn schilderij! En dat kon ik toch niet zomaar weggeven? Dus beloofde ik Roelof dat ik hetzelfde schilderij nog eens zou maken.

Ik fotografeerde elke 'letter', maar ik vergat het totaal te fotograferen. Maar misschien krijg je zo een indruk:


Ik had het patroon nog, met het overgebleven garen. Van de erven van een tante van Roelof had ik veel borduurlinnen gekregen. Er zat een blauwe lap tussen die ik kon gebruiken. Ik hoefde alleen maar enkele soorten draden bij te kopen. Het kostte dus vrijwel niets, alleen maar drie jaar borduren.

Nu is hij af, en hij hangt weer in de gang, bij de voordeur. Voorlopig verkopen we Taule niet, maar voor alle zekerheid heb ik er een foto van genomen.








Kerstsfeer in Eauze

Een kerstmarkt en een IJSBAAN! Dat moest ik zien! Dus fietsten Roelof en ik gisteren in een heerlijk zonnetje naar Eauze. De kerstmarkt viel natuurlijk verschrikkelijk tegen. Het was een slap aftreksel van de toeristenmarkten die ze hier zo veel hebben: standjes met Floc, Armagnac, Foie gras en met allerlei huisgemaakte rotzooi. Toch kon ik nog iets kopen: stroopwafels. Van een Nederlandse vrouw, zelfgemaakt (zei ze).

Dan maar naar de ijsbaan. Ik herinnerde me natuurijs in België, daar liep het hele dorp over de ijsbaan, met plassende hondjes en schoenen vol zand. Wij probeerden daar tussendoor te schaatsen en hadden dan veel bekijks. Dus Zuid-Frankrijk en schaatsen, dat moest wel heel bijzonder zijn.

Het was op de Place d'Armagnac, dat is het plein bij de kerk waar al onze gasten graag een drankje of een ijsje consumeren. Het was er lekker druk op de terrassen. De ijsbaan leek in alles op een Nederlandse ijsbaan, een tent waar je schaatsen kunt huren en betalen en dan hup het kleine ijsbaantje op:




Ik zag meteen dat niemand echt schaatste, het was meer lopen op het ijs. Toen we dichterbij kwamen zagen we waarom.

De baan was niet gemaakt van ijs maar van plastic platen!

Pasteques

De groentetuin en de andere productie-eenheden zijn deze zomer een groot succes geweest. Te groot. We komen om in de producten. Gelukkig vinden we af en toe arme slachtoffers die dit geluk niet kennen. Zo zijn er dozen vol mirabellen, tomaten, pepers en kroppen sla uitgedeeld. Maar zojuist is de de laatste slag aan ons toegediend door de pasteques. Even uitleggen.

In het voorjaar kwam Madeleine, een van onze buren, ons een potje pasteque-jam brengen. Ongelooflijk lekkere jam. Geel, fris, smaakvol. De jam wordt gemaakt door het urenlang inkoken van pasteque, met steranijs, kleingesneden citrus en kaneelstokjes, zo vertelde zij. Pasteque kreeg ze niet uitgelegd, dus via google leerden we dat dat watermeloenen zijn. Na al onze loftuitingen bracht ze nog meer potjes jam, zodat wij haar konden verblijden met de overschotten jam van mirabellen, kroosjes (kleine rode pruimpjes) en bramen. En ze bracht het zaad van de pasteque mee. Bordeaux-rode pitjes.

In april werd dat gezaaid in een potje en natuurlijk kwam er teveel op. Vervolgens bracht ze nog twee soorten pastequezaad. Rood en grijs. Die heb ik natuurlijk ook gezaaid en weer kwam er teveel op. De planten kregen een ereplaats in mijn groentetuin en op de helling achter het zwembad.


Peter en Ton kwamen langs en waarschuwden mij. Ik had veel teveel pasteques in mijn deel van de groentetuin gezet, die zouden alles overwoekeren. Toen begon ik me pas te realiseren dat een pasteque meer lijkt op een pompoen dan op een meloen. Ik groef het grootste deel op en plantte die in het bosque, alwaar ze alleen een paar heel kleine pasteqjes opleverden. God zij dank. Ik had allang spijt van de twee planten die ik in mijn groentetuin had laten staan. Zelfs de kiwi, die toch lekker hoog gaat, had er last van. De pepers en paprika's moest ik met geweld vrijhouden.

De kleine pasteqjes heb ik verzameld, die staan mooi in en om de fruitschaal. Ze hebben een prachtige tekening die wel wat aan chinese lantaarns doet denken.


De eivormige zijn van de bordeauxkleurige zaden, de ronde van de grijze zaden. Ik heb een ronde opengesneden, hij smaakt naar zure, harde watermeloen. Alleen is de binnenkant geel.



Deze week was er paniek, nachtvorst. Madeleine had me bezworen de pasteques zo lang mogelijk aan de plant te laten, maar ze mochten niet bevriezen. En wie verwacht er nachtvorst in oktober? In Zuid-Frankrijk? Als je overdag bij 25 graden in je hempje en korte broek in de tuin ligt? Ik was dus een dag te laat, maar de grote pasteques moesten ook naar binnen.


Nu liggen ze gebroederlijk naast de pompoenen in de schuur. Een middelgrote pasteque levert 12 potten jam. Naar schatting ligt hier het equivalent van 250 potten.

De grootste, van het rode zaad, weegt 15 kilo. Denk ik, want ik kan hem niet meer optillen.
Ik heb nu ernstige rugpijn.

Een boomgaard, een moestuin en een boske

De nieuwe vijver is van groot belang dit jaar omdat we heel veel geplant hebben. Dat moet allemaal water krijgen. Als ik dit typ is het hier 36 graden, en de vier weken hiervoor was het ongeveer even warm. Meestal houdt dit soort warmte aan tot half september. Zonder water was alles al lang dood geweest.

In het deel van de tuin 'dat wel betaald is maar nog steeds niet van ons is', hebben we drie gedeeltes ingeplant. De rest is gras. Hier een relaas dat begon op 2 februari en voor altijd doorloopt.


De moestuin. Vorig jaar hadden we een proefstuk. Dat was een teleurstelling. Dit jaar hebben we het heel anders aangepakt. Andere plek, groter. De grond is met de graafmachine zo'n 60 cm diep omgezet en daarna is de klei fijngemaakt. Daarop kon de groentetuin beginnen.








 De groentetuin bestaat uit twee delen. Het ene deel wordt verzorgd door Roelof en bevat alleen groente. Er staat een hek omheen met een mooi poortje. Een keurige, erg Nederlandse moestuin.
Het andere deel is van mij en bevat veel fruit, zoals kiwi, bessen, druiven, frambozen. Alle groente die niet in Roelofs deel passen, staan in mijn deel. Dat is dus een Frans zootje.






We moeten in de praktijk merken wat het goed doet hier. Aardappels, uien, tomaten, bonen, sla, dat gaat goed.

Maar we moeten ook leren om veel vroeger te zaaien, zodat de planten kunnen opgroeien voordat het zo gruwelijk warm wordt.
 De structuur van de groentetuin is af. Het is mooi om de orde te zien in Roelofs tuin. Volgend jaar ga ik ook aan mijn kant meer werken met worteldoek. Het onkruid is moeilijk uit de klei te krijgen en bestaat voornamelijk uit bramen. Maar verder zijn we er erg gelukkig mee.









De boomgaard is aangelegd aan de rechtse kant van de tuin, in de luwte van de 'haag' langs de weg. Die beschermt de jonge boompjes tegen de westenwind. Frédéric maakte 18 holes (toeval) en ik zette de bomen er in.

De boomgaard bevat natuurlijk appels, peren en pruimen, maar ook een perzik, abrikoos en nectarine. Verder een mispel, kwee en een kaki (sharonfruit) en vijgen.

Tante Piet (die 27 soorten fruit in de tuin had) zal dit wel leuk vinden. Ik win trouwens met 29 soorten.


Frédéric heeft ook op een andere plek de grond omgezet. "Wat wordt dit", zo vroeg hij mij. Ik legde uit dat er bomen en struiken zouden komen en dat het de bedoeling is dat het een beetje dicht zou groeien. "Oh, un bosquet",  zei hij, en het klonk als "boske'. Zo heet dat stuk dus nu. Er staan een aantal gekochte bomen, met natuurlijk ook een plataan.

Op deze foto staat ook de boomgaard 'boven' het boske. 


Alle bomen met een echte stam heeft Roelof voorzien van een hoesje tegen de hertenvraat. Dat is hier echt noodzakelijk. Inmiddels zijn alle bomen en struiken zonder hoesje aangevreten en het merendeel is dood. Dat vind ik erg jammer, ik heb ze meegenomen uit Oudenbosch, vaak als stekje, en ze jaren gekoesterd.


Alle planten heb ik voorzien van een rondje stenen, dat houdt het vocht vast en het onkruid weg. Bovendien moet ik de lege plekken gaan maaien, en door die stenen maai ik niet zomaar de planten af.

Ik heb met de 'lege' grond nog een experiment gedaan. Ik had in Oudenbosch zaad geoogst van meer dan honderd planten. Al dat zaad heb ik uitgestrooid in het boske. Het enige dat opkwam waren planten die ik hier al heb: goudsbloemen, cosmea, stokrozen. Inmiddels staat daar omheen ook de lokale flora een meter hoog.


Onder het zwarte plastic waarmee de boomgaard is afgedekt, zit een druppelbevloeing. Ik hoef maar op een plek een slang te bevestigen en de boomgaard krijgt onzichtbaar water. 
Het systeem werkt goed. De bomen zijn voor het merendeel gezond en sterk, ondanks de hitte.


Nog een deceptie. Ik kreeg in Oudenbosch een stekje van de Diospyros Lotus, een dadelpruim. Uit het arboretum. Na het planten in de boomgaard blijkt dat het een mannelijk exemplaar is. Daar komen nooit vruchten aan. Snik. We gaan nu op zoek naar een granaatappelboom om hem te vervangen.


Tot slot nog een plek die is veranderd in dat deel van de tuin. Ik heb geprofiteerd van de aanwezigheid van een graafmachine om één stukje van de tuin waterpas te maken. Roelof heeft, langzaamaan want hij is nog steeds niet helemaal beter, een muurtje van houtpalen er in geslagen zodat het niet inzakt. Het was mijn idee om hier een spa neer te zetten. De elektriciteit staat ervoor klaar. Maar alles overwegend wil ik eigenlijk alleen een plekje om in het water te zitten en een boekje te lezen. En nu heb ik dat. Als Elsa op bezoek komt, heeft ze meteen een zwembadje.









Een mare


Een mare is een vijver, maar in het Frans klinkt dat toch heel anders. Deze vijver niet bedoeld voor het mooi, maar voor het praktisch. Waterberging om de tuin te kunnen sproeien. Je kunt er natuurlijk ook in springen als je het niet erg vindt om tussen de algen en de slangen te zwemmen.

Het graven van de mare hebben we in oktober afgesproken, het is in februari begonnen en in april afgemaakt. In de tussenliggende tijd heb ik Frédéric gebeld, gesmeekt en gechanteerd. Frédéric is de pellist = de man met de graafmachine. Hij is volkomen onbetrouwbaar in zijn afspraken maar hij is fantastisch in zijn werk. En heel aardig. Roelof kan nog steeds geen schop in de grond steken, dus hij was toezichthouder. Ik liep alleen in de weg.

De vijver werd gemaakt door een deel van de beek die achterin de tuin stroomt, af te graven. Met behulp van  een pomp wordt het water dan gebruikt voor de tuin. In de zomer kan het drie maanden aan een stuk droog en warm zijn, een waterbron is dan belangrijk. Maar ook nu in mei wordt het water volop gebruikt voor alle nieuwe aanplant.

Hier zie je een filmpje van de start van het graven. Je ziet hoe Frédéric per ongeluk een 'gat' heeft geslagen in de beek, waardoor het water een beetje prematuur in de vijver loopt. Hij probeert het gat dicht te duwen, maar dat lukt niet. Het was niet echt erg.
 De volgende video geeft het voorlopig resultaat. Ik heb meteen wat andere stukjes van de beek gefilmd, ik ben gek op het geluid van stromend water.
 
Zoals altijd had ik me volledig verkeken op de helling die er in onze tuin is. De vijver was heel diep, maar er zat alleen onderin water. Frédéric legde uit hoe we verder zouden gaan. Zowel aan het begin als aan het einde van de vijver komt een 'dijk' van zes meter breed, en door elke dijk komt een lange buis. De buizen worden zo gelegd dat de beek op een  natuurlijke manier de eerste buis in stroomt, terwijl de vijver veel voller komt. Voller, omdat de buizen horizontaal lopen en niet het verval van de beek volgen.

                                       
Een van de buizen ligt klaar. Daar moet - ook in de winter - alle water van de beek door. Frédéric zegt dat dat kan. Roelof zegt dat dat kan. Ik weet dat het niet kan. Maar wat geeft het. Dan stroomt de beek over en loopt verderop wel weer terug in de bedding. Wel spannend allemaal.

Ik probeer even niet in de weg te lopen. Onderin de tuin, rechts van de buis, is al een dijk klaar. De dijk komt niet boven de grond uit, maar ligt in de bedding van de beek. Aan de andere kant maakt Frédéric ook een dijk, maar eerst zonder buis er in. We moeten wachten tot het niveau van het water hoger is, zodat hij weet waar hij de buis moet plaatsen. 
Pas de volgende morgen liep de vijver 'over de dijk heen'. Het water is nu veel hoger geworden. De tweede buis wordt ongeveer op deze hoogte geplaatst en de dijk wordt aangevuld tot de buis onder de grond ligt.



Roelof maakt op de dijk de pomp klaar zodat die proef kan draaien. Aan de pomp zit  een slang die in het water ligt en en slang waardoor het water omhoog de tuin in gepompt wordt. In de vijver komen ook levende slangen, ze schijnen dat leuk te vinden. Maar ik dwaal af.

Vanaf de vijver naar de schuur wordt een geul gegraven. Daarin gaat elektriciteit voor de pomp in de richting van de vijver (rood) en een (grijze) waterslang in de richting van de schuur. De paal ligt klaar om de kraan aan te bevestigen. Geen enkel probleem, alles werkt. De geul wordt dichtgegooid.
En zo ziet mijn vijver  er nu uit. Onderin de foto zie je net de buis waardoor het water de vijver in loopt. Achterin de vijver zie je de buis waardoor het water wegloopt. Misschien snap je nu pas wat ik met een dijk bedoelde.

Van de andere kant. Je ziet nog het spoor van de geul, maar dat groeit vanzelf vol gras. Zoals de hele omgeving van de vijver en de twee dijken. Voor het jaar om is, is alles groen.

Ik ben er ontzettend gelukkig mee. Ik noem het 'gratis water' en dan lacht Roelof me heel erg uit. Het kostte een paar duizend euro om het allemaal zo te maken. Voor dat geld kan ik de hele tuin onder water zetten met kraanwater. Maar dat vind ik niet leuk.
Inmiddels is de pomp kapot. Hij slaat wel aan, maar hij slaat alleen af als ik de stekker er uit trek. Frans, nietwaar. Ik heb al gebeld, maar dat zal wel weer tot oktober duren .....